Magisch pootje over op De Roggesloot

De anti-winter hangt zeurderig rond mijn huis. Ik verlang naar de heilzame slagen over zwartgevroren water en denk aan 2012. Aan de bijtende, koude, heerlijke winter. Ik neem je mee naar de Roggesloot. Het allermooiste stuk water van Texel dat in een prachtige februarimaand voor het eerst sinds 15 jaar krakend dichtvroor.

“Mooi, zwart ijs! Dit is een kans uit duizenden!”  Een paar mannen kijkt glunderend in de camera’s van Nieuwsuur. De blos op hun wangen is dieprood.  Ze hebben hoge noren aan hun voeten en leggings aan. Normaal gesproken kan ik mannen in strakke maillots niet verdragen, nu kijk ik vertederd naar de televisie. Ook hun druipende neuzen horen bij dit heerlijke plaatje.  Het ‘It giet oan’-gevoel viert in deze eerste februaridagen van 2012 hoogtij. Ook bij mij. Deze mannen, ik snap ze zo goed.

Schaatsen op de Roggesloot

Diepzwart en onheilspellend

Ik heb niet de diepgevroren wateren langs de Elf Friese steden voor ogen. Of de slopende Marathon op de Weissensee. Ik schaats in gedachten op het zeven centimeter dikke ijs van de Roggesloot. Zeven jaar ben ik, net als mijn vriendinnetje Wilma. De Noordzeedijk is bedekt onder een laag sneeuw. De Roggesloot heeft een laag diepzwart, onheilspellend ijs met hier en daar een windwak. Of een verraderlijk ganzenpoepje waarover je lelijk kunt vallen. Elke winter is het ontzettend, ontzettend spannend om hier op onze Friese Doorlopers overheen te krabbelen.

Monstertocht

‘s Middags na school gaan we op avontuur. De Koek en Zopietent achter ons wordt kleiner, op naar de brug van Rio! Feitelijk is dit een stukje van nog geen kilometer, maar in onze ogen is het een monstertocht, een ware missie. Onze bivakmutsen houden de snijdende kou uit onze gezichten. Regenbroeken over een spijkerboek, met daaronder een maillot vormen de Cocksdorpse succesmix om de benen warm te houden. Wilma heeft houten Draaiertjes. Daarmee houdt ze mij met gemak bij, maar ze kan er tussendoor ook een sierlijk rondje op draaien. Stiekem ben ik jaloers op die superkrullers. Maar, ik weet dat ik me het beste thuis voel op mijn Friese Doorlopertjes, waarvan papa altijd zegt: ‘Hierop leer je écht schaatsen.’ Mooi zijn ze niet, maar ik haalde er wel een keer een podiumplek mee bij de Durper schaatskampioenschappen.

Sven Kramer rookt peuk na succesvolle tien …

Loeischerp zijn ze. Ze komen net van  papa’s schaatsenslijper.  Traditiegetrouw prepareert hij op de keukentafel elke winter de hele schaatscollectie. De aardappels en de pap waren nog niet van tafel, of al het slijpgerij stond al klaar. Ik kan me niet anders heugen dan dat in de winter bij ons alles in het teken stond van schaatsen. Als we het zelf niet deden, keken we het op de televisie. Mijn vader vertelde vaak  met trots dat mijn opa in de jaren ’30 nog in de Nederlandse kernploeg zat. Met zijn vriend en schaatsmaat Klaas Schenk (yep, vader van…) ging hij naar het schaatswalhalla Davos om mee te doen aan kampioenschappen. Welke, dat weet ik niet meer. Op de oude foto’s kun je nog wel zien, dat opa na zijn rondes een peuk rookte. Oma stond ernaast, apetrots in haar nieuwe Noorse nertsbontjas met bijpassende muts. Sven Kramer die zijn muts afzet en een peuk rookt, na een succesvolle 10 en zijn lief die er in een bontjas naast staat… Kun je het je voorstellen?

Terugkerende droom

Met mijn kin op tafel kijk ik gefascineerd toe hoe papa het slijpblokje voorzichtig over de ijzers laat gaan. Mijn vader is een ongeduldig man. Deze klus voert hij in alle rust uit. Met zijn nagels controleert hij tussentijds de scherpte. Mijn vader kan niet alleen supergoed schaatsen slijpen, hij heeft ook het schaatstalent geërfd van zijn vader. Papa kan pootje over als de beste. En hard. Krabbelend probeer ik hem wel eens bij te houden. Of het ritme van zijn slagen na te bootsen. Maar het lukt niet. Langzaam verdwijnt mijn schaatsheld uit het zicht. ‘Teruggaan naar mama, Fem! Dit is te ver voor jou!’ Elke winter droomde ik ’s nachts dat ik vloeiend mijn ene been over mijn andere zette in de bochten en moeiteloos met mijn handen op mijn rug de hele Roggesloot trotseerde. En dat mijn vader toekeek. Dit was mijn steeds terugkerende magische droom. Na het wakker worden leefde ik een paar minuten in die heerlijke veronderstelling dat ik het ook echt kon. Pootje over …

Ik wil gaan, want…

Vrijdagmiddag 3 februari 2012. Mijn peuter Robin en kleutertje Tessel met haar vriendinnetje Bo zitten keuvelend op de achterbank.  De bekers melk en de boterham, ik heb ze hun monden bijna ingekéken! Ik wil gaan, want… Ik ga voor het eerst met hen naar De Roggesloot om te schaatsen. Cocksdorper ben ik al lang niet meer… Op mijn achttiende verliet ik het noorden van Texel en ben ik in 16 jaar via allerlei Randstedelijke dorpen en steden in Den Burg beland. De regenbroeken uit de jaren ‘80 hebben plaatsgemaakt voor beenwarmers met glitters en knalroze skibroeken. Robin is vakkundig in een skipak-met-bontje gehesen. En nu maar duimen dat ze straks bij De Roggesloot niet hoeven te plassen. Want het uitpellen van een kleumend kleintje is een rotklus.

Bil tegen bil

De banken waarop we neervlijen om onze schaatsen onder te doen, de koek en zopietent, zelfs de kleumende meerkoetjes,  alles is er weer.  En ik zie dezelfde mensen. Kinderen die nu moeders zijn, vaders in de rol van opa. En mijn lachende vriendin Wilma, zonder schaatsen. Wat zou ze met haar Draaiers van toen hebben gedaan? Ik haal twee paar Friese Doorlopertjes uit de tas. In de toetjes van mijn kinderen herken ik mezelf en mijn allerliefste zusje Ingrid, die nu 250 kilometer verderop haar pasgeboren kindje koestert. Wat hebben wij hier samen vaak gezeten, bil tegen bil. Met in onze verkleumde handen een bekertje chocomel met een vel erop waar je u tegen zegt. Het smaakte goddelijk. Net als de stijfbevroren Mars. Droomden we van het leven dat we nu hebben, of hadden we het ons anders voorgesteld?

Koude traan

We gaan het ijs op. De snijdende kou, het geknisper van de rietkraag, het is één groot en magisch feest van herkenning. Mijn meiden worden vakkundig het ijs opgetild door mijn vader. Zijn schaatsen, nog steeds hetzelfde paar uit 1968 dat hij op zijn 16e van Sinterklaas kreeg, liggen nog thuis. Ik weet dat hij er straks tussenuit piept om ze te gaan halen. Deze man is niet gemaakt om met laarzen aan over het ijs te stiefelen, met in zijn kielzog drie krabbelende kinderen. Opa maakt zijn terugtrekkende beweging, terwijl oma en ik de kinderen vermaken. In een kwartier leggen we lachend en stuntelend een rondje van nog geen 300 meter af. Vriendinnetje Bo mokt. ‘Ik wil naar huis…’ Een koude traan rolt over haar wang. Robin krabbelt glunderend vooruit achter haar witte stoel. En Tessel probeert het glashard zonder hulpmiddelen. De stoel wisselt een aantal keer van schaatser, maar kort na het eerste kwartier wordt er al voorzichtig om wat lekkers gevraagd. En daar zit mijn spul al snel, aan een beker chocomel. De handjes om de plastic bekers geklemd, op hun schoot ligt een zakje snoepjes. De wint giert om de tent. ‘Mam, ik wil mijn schaatsen uit!’

Mooie kunstschaatsende Anna

Terwijl de kleintjes warm naast oma hun versnapering opdrinken, trek ik mijn noren aan. Ik tuur de baan over en ik zie de vertrouwde bewegingen van mijn vader over het ijs. Wangen met een rode blos. Een glimlach van oor tot oor. Die jongen van 16, apetrots op zijn nieuwe noren. Ik heb hem nooit gekend, maar zie hem nu voor me, in levende lijve. Ik voel dat hij ook zijn eigen geschiedenis afdraait. De tijd met zijn broers; de sprintwedstrijdjes en toertochten. De bravoure van vijf jonge mannen op het schitterende ijs van de Roggesloot. En later met  zijn drie kinderen en onze mama, de mooie, kunstschaatsende vrouw. Zijn Anna waarop hij nog steeds verliefd is.

Onmiskenbaar pootje over

Ik zet mijn eerste slagen op het ijs en voel die magie van toen, krabbelend achter mijn vader aan. Weer probeer ik zijn vloeiende bewegingen na te doen. En het onmiskenbare pootje over. Hij is nog steeds vele malen sneller en technisch stukken beter, maar het lukt me om in zijn kielzog te blijven. Daar gaan we. Over de Roggesloot. Met links en rechts het nederig buigende riet. In de verte slaat de klok van de katholieke kerk bij het Molenbos drie uur.  Papa draait zich om. Ik weet dat hij precies hetzelfde denkt. De films draaien in onze hoofden naast elkaar af. ‘Prachtig he, Fem!’

About Femmy

Op haar achttiende vertrok ze vijftien jaar lang voor studie en werk naar de Randstad. De zee riep haar terug. Het liefst ontdekt ze al interviewend de mooiste verhalen. Ze legt haar ervaringen met mensen en bijzondere gebeurtenissen vast in verhalen, reportages en blogs. Lees de complete bio van Femmy

Wat is jouw reactie

*