Ongemakkelijke dingen die Texelaars zeggen en doen

blog-vlag-texel-ongemakkelijke-dingenDit is het eerste deel in een reeks van blogs over ongemakkelijke dingen die Texelaars zeggen en doen. Dit keer behandelen we de ongemakkelijke vraag: ‘Fan wie bàjje der ien?’ (van wie ben je er één?). Handig: we geven spelenderwijs tips hoe je de vraag moet pareren als je vindt dat het antwoord niemand een reet aangaat.

Op mijn achttiende vertrok ik van mijn geboorte-eiland Texel om te gaan studeren (gillend, blij).

Alle handelingen die ik zag. Dingen die ik mensen hoorde zeggen en zelf ook zei: ik beschouwde ze tot mijn vertrek als vanzelfsprekend. Vinden deed ik er niet zoveel van. Je merkt dat je anders naar situaties kunt kijken als je letterlijk afstand neemt. Ik verhuisde naar de stad Utrecht. Je gaat enerzijds je zegeningen tellen, anderzijds voel je het ongemak groeien bij dingen die je eerder klakkeloos aannam. Gaandeweg doe je ontdekkingen. En ga je zien hoe mensen elkaar napraten en nadoen. Zonder zich af te vragen: wat doen we eigenlijk? En waarom doen we het?

Zo dus jij bent een Sááltje! Gadverdamme.

De hamvraag in elk gesprek met een Texelaar die jou nog niet in kaart heeft gebracht: ‘Fan wie bàjje der ien?’ Je gesprekspartner wil weten van wie jij het kind bent. Wie jouw opa is. Uit welk nest jij komt. Zodat hij je met zijn lange grijparmen in de kraag kan vatten en je in het juiste hok kan stoppen.

Jarenlang beantwoordde ik vragen als: ‘Wie is dan jouw vader? Of ‘Bij welke familie hoor jij?’ ‘Oooooh, werd er dan gezegd: jij bent een Sááltje. Gadverdamme, wat walgde ik daarvan. Jij-bent-een-Sááltje?! Brrr. Hoe verzin je het.

Hoe langer ik niet op het eiland woonde en af en toe terugkeerde, des te ongemakkelijker de vraag werd. Aan de overkant was ik van mezelf. Een individu dat zich heeft losgemaakt van het ouderlijk nest. Iemand die er dolend door een stad achter komt dat de overtuigingen die haar achttien jaar zijn opgedrongen, niet allemaal kloppen. Ik kwam er ook achter hoe veel waarde er op Texel wordt gehecht aan je achternaam.

Ik ben de kleindochter van een Nsb’er.

Waarom wil die Texelaar zo graag weten uit welk nest je komt? Ik kwam ik er achter dat mensen zochten naar een handvat om te oordelen. Om, als je weg was, te kunnen zeggen: ‘Ze is de dochter van die en die. En de kleindochter van … Nou dan weet je het wel he?’ Als alles in kaart is gebracht, maakt het niet meer uit wat je zelf hebt bereikt.

Voor de mensen die het willen weten: ik ben de kleindochter van die Nsb-burgemeester uit de Wieringermeerpolder. De dochter van die boer uit Eierland.

Als ik dat zeg stopt vaak het ‘echte’ gesprek. De Texelaar heeft zijn oordeel geveld. Het maakt niet meer uit. Een keer reikte het oordeel tot in de Utrechtse binnenstad. Ik noemde mijn naam en iemand zei: ‘Saal, zei je? Dan ben je zeker de kleindochter van die klootzak uit de Wieringermeerpolder, die vuile nsb’er.’

Verzetsstrijder, collaborateur, verliefd, oei.

Mijn oom en aangetrouwde tante creëerden eigenhandig een fantastisch van wie ben je er éénverhaal. Mijn tante is de dochter van een verzetsstrijder. En zij werd niet eens zo heel lang na de oorlog, toen alles nog heeeeel zwart-wit functioneerde, verliefd op mijn oom (Nsb-zoon).Verzetsstrijder, collaborateur, liefde, oei.

Als de twee families samenkomen, wat bijna nooit gebeurt, levert dat over en weer altijd wat besmuikte blikken op tussen de ooms en tantes van de goede kant en die van de slechte. Al denk ik dat we dat goed en slecht onzelf soms inbeelden.

De trouwdag van de dochter van de mix tussen verzetsstrijder en collaborateur was zo’n moment. Het leek de hele dag een saamhorige toestand te zijn. Tot het moment van het diner naderde. Mijn foute familie belandde in de lokale snackbar. De Goede Kant ging met het bruidspaar naar een fancy restaurant.

We hieven onze bierblikjes tot vlak onder het systeemplafond van de snackbar, namen een hap van onze frikandel en vroegen ons af: komt dit nu omdat we er oorspronkelijk één van een nsb’er zijn?? Is dit die zoete wraak die wij nog generaties lang gaan herbeleven?

Gelukkig was het na het eten, tijdens het feest, weer één pot nat. Goed en fout dansten met elkaar de polonaise en de mannen sloegen elkaar gebroederlijk op de schouders. Het huwelijk van de nicht en haar liefde strandde overigens een paar maanden na het feest. Hij bleek er één van een oplichter te zijn en kon het oplichten zelf ook niet laten. Hier had een Texelaar dus wel even flink moeten dóórvragen in het kennismakingsgesprek (…).

Vragen naar roots is niet alleen maar Texels

Vragen naar iemands roots is natuurlijk niets alleen maar iets van Texel. Ook in andere plattelandsgemeenten wordt regelmatig geïnformeerd naar bij wie je hoort. In Katwijk (Zuid-Holland) zegt men: Van wies ben je dur ien?

De Friezen drukken met deze zin hun oordelende nieuwsgierigheid uit: Fan wa bisto der ien? Als je dan zegt: dat je er een van Grutte Pier bent, ben je de held. Probeer maar eens.

Het is niet relevant van wie ik er één ben.

Eén keer heb ik in een interview voor een Texels magazine zélf de Van-wie-ben-je-er-éénvraag gesteld. Dat moest van de hoofdredactie. Omdat hij op het standaard vragenlijstje stond. Het strontpissige antwoord van de geïnterviewde: ‘Dat vind ik zó niet relevant!’ Daar moest de lezer het mee doen. Het werd een extra leuk gesprek.

‘Tot mijn tiende dacht ik dat ik een dodelijke ziekte had.’

Iemand vertelde mij hoe het van wie ben je er éénprincipe voor haar ongeschreven privileges met zich meebracht. “Tot mijn tiende dacht ik dat ik een dodelijke ziekte had. Waarom? Omdat ik vaker ongestraft grenzen mocht opzoeken dan anderen. Later ontdekte ik dat dit zo was omdat mijn vader de basisschooldirecteur was. Ik kwam erachter dat ik helemaal niet ziek was, maar iets meezeulde wat mij ontzettend bijdehand maakte: ik was de dochter van dé hoofdmeester.

Als ik lopend langs de weg naar ons dorp werd gesignaleerd, kreeg ik altijd een lift. ‘De dochter van de hoofdmeester kunnen we niet laten staan’, zei de bestuurder. Twee jongens uit het dorp werden genegeerd. ‘Die van die klaploper moeten zelf maar zien hoe ze thuiskomen’, werd er in de auto gezegd. Dan zweeg je gewoon.”

Ik heb nog nooit zo boos naar mijn moeder gekeken

Ook vertelt ze hoe een vriendinnetje dacht dat ze van achteren ‘Van de Slager’ heette. “Mijn moeder bracht mijn vriendin (toen 7) aan het wankelen: ‘Eh. lieverd, je héét niet Van de Slager, je bént er één van de slager. Mijn vriendin kwam er bij mij thuis dus achter dat ze Dros heette. Woedend waren we. Ik heb nog nooit zo boos naar mijn moeder gekeken. Wat een verraad.”

Nog meer opmerkelijke dingen?

Heb jij een voorbeeld van opmerkelijke dingen die Texelaars zeggen en doen? Laat het ons weten! Dan kunnen we nog heel veel ‘skitterende’ verhalen maken en met de nodige zelfspot naar ons eiland en de rest van de wereld kijken.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

About Femmy

Op haar achttiende vertrok ze vijftien jaar lang voor studie en werk naar de Randstad. De zee riep haar terug. Het liefst ontdekt ze al interviewend de mooiste verhalen. Ze legt haar ervaringen met mensen en bijzondere gebeurtenissen vast in verhalen, reportages en blogs. Lees de complete bio van Femmy

Reacties

  1. Marielle says:

    Texelaars roepen, zeggen, zuchten, zodra ze in Den Helder een stap op de boot richting Texel hebben gezet; “he he thuis”. Dan krijgen ze het thuisgevoel al op de boot, zodra deze loskomt van de vaste wal. De teso is Texel. En dan ook nog eens op het bandje horen “…en Texelaars, welkom thuis”. Heerlijk. We zijn weer uit de drukte, uit de o zo criminele overkant. En ook nog eens uit de grijze saaie gevaarlijke marinestad. Thuis.

Wat is jouw reactie

*