Willemijn en de krab met twee penissen

Bij De Cocksdorp, waar ik jaren geleden werd geboren, ging ik het Wad op. Ik wilde gaan schrijven over de geur en de stilte. En hoe ongelooflijk vaak ik met mijn zus door de prut achter de dijk liep te dwalen. Hopend dat we een keer een zeehond zouden vinden. Hoe we de tijd vergaten, de lucht donker zagen worden, het water stijgen en geschrokken terugschuifelden en –gleden. Naar de bewoonde wereld aan de veilige kant van de dijk, waar mama warm eten maakte en riep:

 ‘Meiden, kleren buiten uitdoen!’

Toen zag ik Willemijn staan. Met haar pareloorbellen in en gewatteerde designjas aan stond ze daar achter de Waddendijk. Kilometers verwijderd van haar Gooische comfort zone en uit een heel andere wereld dan ik. De zon schijnt niet, maar ze heeft een gi-gan-tische zonnebril op. Haar mond is een strak, dun streepje. De roze rubberlaarzen zien eruit als zorgvuldig gekozen uit een hele serie. Willemijn heeft gelnagels. Dit tripje is overduidelijk voor haar kinderen. Voor mij is het geschuifel door het zwarte slik een sentimentele reis naar mijn jeugd.

Op zoek naar de Wadkrab

Voor Willemijn is het gebied achter de dijk de hel op aarde.

Jan, praktische korte broek aan, ontblote kuiten, Ecomare-jasje aan, is onze begeleider. Hij wijst ons de netten, scheppen en emmers en vraagt of iedereen iets van deze verzameling wil meenemen. Willemijn kijkt minzaam. En houdt haar handen in de zakken. Voor haar worden dit de twee langste uren uit haar leven. Je ziet gewoon dat ze verlangt naar funshoppen en Prosecco.

In het zwarte slijk tekent Jan met een stok een  gigantisch bord-met-bestek. ‘Vul dit bord maar met spullen die je vindt.’ Iedereen verzamelt spullen. Zeewier, kokkels, krabbetjes en garnalen. Willemijne controleert haar gelnagels en staart zuchtend naar de horizon. Vol afgrijzen ziet ze hoe haar kinderen met hun handen in het zwarte slijk roeren. ‘Schat, pak dan even dat schepje’, dan worden je handen niet vies.’ ‘Nee!’, roept haar zoontje. Hij wil goor worden.

Jan vertelt leuke dingen over het leven op het Wad. Bijvoorbeeld dat de onderkant van een vrouwtjeskrab eruit ziet als een bijenkorf en dat die van het mannetje lijkt op een vuurtoren. Willemijn’s ogen lichten even op, als Jan vertelt dat een krab twee penissen heeft.

We lopen verder het Wad op, richting de met stokken gemarkeerde vaargeul. Jan adviseert ons om te blijven bewegen, als schaatsers. Dan is het risico op wegzakken in het zware slijk het kleinst. Achter me hoor ik een gesmoord kreetje en wat sopgeluiden. Ik draai me om en zie dat Willemijn een vastloper heeft. Haar laarzen staan diep weggezakt in de modder. Ze wankelt voorover, een stukje achterover en weer voorover. Uiteindelijk staat ze op zijn hondjes in het zand, dat eerder door de darmen van honderdduizend kokkels, pieren en strandgapers ging.  Jan moet haar komen redden.

Haar kinderen gillen van het lachen. Mensen maken foto’s; ik ook, een hele serie. Ik weet zeker dat ik dit nooit meer in mijn leven ga meemaken. Als Willemijn weer staat, is haar mond nog strakker. Ik probeer het ijs te breken door een grapje te maken over toetenpoetsers. En dat die nooit in de buurt zijn als je ze het hardst nodig hebt. Met een vernietigende blik in haar ogen pakt ze een wit handdoekje aan van een behulpzame groepsgenoot. Even later waden we door het water. Ze gilt onafgebroken. Ik kijk naar mijn eigen, met prut besmeurde broek en sta tot mijn knieën in het water. Het voelt echt heerlijk en ik verheug me erop om dit een keer met mijn kleuterdochters te doen.

Willemijn is als één van de eersten weer bovenaan de Waddendijk. Terwijl de roze laarzen vastberaden uit het zicht stampen, vertelt Jan dat 30 procent van de mensen die voor het eerst heeft Wadgelopen, nooit meer terugkomt (…).

De mevrouw in die laarzen vergeet helemaal te kijken hoe prachtig roze de lucht kleurt. En ziet niet dat het uitzicht op de kerktoren van de Cocksdorp nergens zo mooi is als hier. Willemijn wil gewoon heel graag onder de douche en haar hele tube fancy Rituals leegspuiten over haar naar prut stinkende lijf.

Ik sluit de middag in af met een sprongetje in een Wadplas. Yes, nu is mijn broek echt helemaal nat. Bibberend van de kou en met de wind door mijn haren wapperend ren ik terug naar mijn geboortehuis, waar mijn ouders nog wonen.

Eén tip & één waarschuwing:

trek nooit laarzen aan tijdens een wadexcursie! Voor je het weet blijven je laarzen staan en sta je met je sokken aan in de prut – of net als Willemijn- als een hondje in de modder. Stevige, oude gympen-met-veters zijn het beste Wadschoeisel. De waarschuwing: was je kleding na gebruik op het Wad twee keer. Zo voorkom je dat je naar stront blijft stinken.

 

About Femmy

Op haar achttiende vertrok ze vijftien jaar lang voor studie en werk naar de Randstad. De zee riep haar terug. Het liefst ontdekt ze al interviewend de mooiste verhalen. Ze legt haar ervaringen met mensen en bijzondere gebeurtenissen vast in verhalen, reportages en blogs. Lees de complete bio van Femmy

Reacties

  1. Hahahaha wat ben jij toch soms genadeloos.

Wat is jouw reactie

*